Het was een regenachtige herfstdag en mijn vriend ging weer mee vissen.
Omdat hij nog geen vissersparaplu had, zat ie in een regenpak, op zijn visserskoffertje aan de kanaaldijk.
Naar mijn mening een beetje te dicht op de kant.
Op een gegeven moment zei hij “kijk eens”.
Ik keek eens vanonder mijn paraplu vandaan en zag dat hij met zijn rubber laarzen op de glibberige
rand zat te trappelen. “Superman”, zei ik “je moet bij het circus gaan”.
Een paar vissen later gebeurde het, waar ik eigenlijk stilletjes op hoopte.
Met een hoop herrie gleed hij van de glibberige rand af, en schoof met koffer en al, het groene koude
water in, intussen zich wanhopig proberend vast te houden aan dingen die er helemaal niet waren.
De waterhoentjes schrokken zich weer kapot. (het waren dezelfde als in vissen 4, denk ik).
Het is natuurlijk te gek voor woorden als we allebei nat zouden worden, dus ik bleef rustig onder mijn
grote vissersparaplu zitten, want ik wist dat hij vorig jaar zijn kikkerdiploma had gehaald.
Hij draagt dan ook heel trots zo’n plaatje op zijn zwembroek.
Ik riep wel naar hem, “doe je een beetje rustig, anders naait alle vis eruit”.
Het viel niet mee om met een regenpak aan te zwemmen, dat zag ik wel, en zeker niet als
er een hoop lucht onder zit.
Het leek net of er twee walrussen in het kanaal lagen te vechten, zo ging ie tekeer.
De waterhoentjes durfden niet meer in de buurt te komen.
Vanonder mijn paraplu vandaan riep ik voor de grap “grijp mijn dobber!!!”.
Maar hij was zo druk bezig met het redden van zijn visspullen dat ie me niet hoorde.
Uiteindelijk had ie dan toch alles op de kant.
Uit zijn capuchon sprong een klein stekelbaarsje.
Ik zei, “met je regenpak vang je beter als met je hengel”.
“Moet je dat trouwens niet hebben?”, zei ik, terwijl ik wees naar zijn boterhammen, die voor
mij langs kwamen gedreven, “en d’r zit nog wel dure Aldi-pindakaas op”.
“Je kan mijn rug op, met je pindakaas”, zei hij.
Voor de waterhoentjes werd het toen toch nog een leuke dag.
Effe later komt er ook nog een vent aangelopen met een hele grote deense dog, die hij niet aan de riem had.
Ik schrok me kapot, want de dog kwam recht op mij af, snuffelde een keer aan mijn koffer en begon, tot
overmaat van ramp, een hele berg stront te produceren, precies naast mijn voeten.
“Dat doet ie anders nooit hoor” zei de man, en wandelde rustig door, de meurende massa achterlatend.
Ik was te verbouwereerd om iets te zeggen.
Ik ruimde mijn spullen ook maar op, want gevangen werd er toch niet meer, en ik zei tegen mijn maat,
“je moet nu toch echt een keus maken, of vissen…..of zwemmen, maar niet allebei”…….
www.gerrydebie.nl
562 x Gelezen / Reageer / bekijk reacties (2) / Geplaatst op: 17-3-2010 20:39:36 |